GGZ Friesland is samen met KPMG Plexus een groot zorgprogrammeringstraject gestart. Voor de doelgroep psychotische stoornissen is een zorgprogramma ontwikkeld dat inhoudelijk erg innovatief is en waardoor de patiëntenzorg beter wordt.
Door: Lex Wunderink, Haye bij de Weg (GGZ Friesland) en Lianne van Hoeij (KPMG Plexus)
‘Eindelijk gaat het een keer over het beter laten verlopen van de zorg voor psychotische patiënten‘. Lex Wunderink is gepromoveerd op het vroege beloop en behandelstrategieën bij eerste psychosen en is een expert op het gebied van psychotische stoornissen. Hij is bijzonder enthousiast over de ontwikkeling van het nieuwe zorgprogramma. Samen met Haye bij de Weg, de programmadirecteur Severe Mental Illness (SMI), leidt hij dit traject vanuit de inhoud.
Waarom een zorgprogramma?
‘Zorgprogrammering geeft ons de kans om te definiëren uit welke elementen de zorg voor mensen met een psychotische stoornis moet bestaan. Het doel is dat we straks zorg leveren op basis van zorgbehoefte en zo een enorme kwaliteitsverbetering krijgen.’ Volgens Wunderink is de eerste stap het beschrijven van het benodigde zorgaanbod per patiëntengroep, zodat het mogelijk wordt om de knelpunten te lokaliseren en deze op te lossen. Vervolgens is het nodig om de effectiviteit te onderzoeken van behandelingen, om te zien of wat je doet ook hout snijdt.
Kenmerken van de doelgroep psychotische stoornissen
Het zorgprogramma ´Psychotische stoornissen´ richt zich op mensen die een psychotische stoornis hebben en op mensen die een hoog risico hebben om in de toekomst een psychotische stoornis te krijgen. Deze groep heeft een aantal kenmerken, die specifieke eisen stellen aan de wijze van zorgprogrammering.
In de eerste plaats varieert de intensiteit van de zorgbehoefte van deze doelgroep sterk over de tijd. Patiënten zijn vaak niet continu stabiel, crisissen komen relatief veel voor. Als een patiënt stabiel is, heeft deze veel minder intensieve zorg nodig dan op het moment dat hij/zij in crisis is. Verder hebben patiënten na een 1e psychose een intensieve behandeling nodig om terugval zoveel mogelijk te voorkomen. Deze intensiteit neemt gedurende de behandeling geleidelijk aan weer af.
In de tweede plaats is de zorg vaak van relatief lange duur. ‘We hopen op een zo hoog mogelijk percentage herstel, maar we weten uit ervaring dat er meer mensen zijn die er langdurig last van blijven houden en periodiek hulp nodig hebben’, vertelt Wunderink.
In de derde plaats zijn er vaak bijkomende handicaps bij deze doelgroep, waardoor de focus in de behandeling gedurende de tijd verschuift. Bij mensen die voor het eerst met een psychose te maken hebben, zijn medicatie, medische begeleiding en psycho-educatie van groot belang. Mensen met een langdurige psychose zijn qua behandeling juist vaak stabiel en hebben vooral behoefte aan ondersteuning bij het maatschappelijk functioneren.
Aanpak zorgprogrammering bij deze doelgroep
In het ontwerp van het zorgprogramma, dat nu nog een concept is, heeft GGZ Friesland bovenstaande kenmerken meegenomen. Het model is opgebouwd uit 2 assen, die samen de zorgpaden vormen:
Figuur 1. Ontwerp zorgprogramma Psychotische Stoornissen GGZ Friesland
Intensiteit van behandeling
De verticale as betreft de vraag of regulier ambulante zorg of ACT zorg is aangewezen. Hiervoor is een indicatiecriterium vastgesteld op basis van het meetinstrument HONOS.
Stagering van psychose
De horizontale as volgt de stagering van een psychose. Hierin worden 4 stadia onderscheiden:
- ARMS: At Risk of Mental State (hoog risico op psychose)
-
Recent begin: deze fase duurt tot een jaar na de 1e psychose
-
Stabilisatie: deze fase duurt tot het 5e jaar na de 1e psychose
-
Rehabilitatie: deze fase start 5 jaar na de 1e psychose
Hieronder is voor elk genoemd kenmerk van de doelgroep psychotische stoornissen aangegeven hoe het zorgprogramma erop inspeelt.
Variatie in intensiteit
Elk zorgpad bevat een aantal standaard modules, die iedere patiënt ontvangt. Daarnaast zijn er per zorgpad facultatieve modules inzetbaar, op basis van indicatiecriteria. ‘De basisgedachte achter het zorgprogramma is dat het een opplussysteem is, waarbij je de zorg in de tijd snel kan opschalen op het moment dat dat nodig is, op basis van vaste afspraken’, legt Wunderink uit. Het snel kunnen inspringen op een verandering in intensiteit van de zorgbehoefte, het eerstgenoemde kenmerk van de doelgroep, is de essentie van het ontwerp. Snelle bijschakeling van reguliere ambulante zorg naar intensieve ACT-zorg is mogelijk als dat noodzakelijk is. Het ACT team kan indien nodig verder opschalen naar een kliniek of een woonvorm, en heeft daarin de poortwachterfunctie. Dat is van belang omdat het ACT team dan eerst kijkt naar echte oplossingen voor de patiënt en omgeving, zonder mogelijke schijnoplossingen te creëren door een patiënt op te nemen in een kliniek.
Langdurige zorgbehoefte
Het model speelt ook in op het kenmerk dat het vaak langdurende zorg betreft. Het zorgprogramma stelt geen grenzen aan de maximale duur van behandeling, maar bevat heldere afspraken over de evaluatie van het effect van behandeling op basis van meetinstrumenten. Daardoor wordt gestimuleerd dat patiënten de zorg krijgen die nodig is en niet meer of minder dan dat.
Verandering van focus
De verandering van de focus in behandeling in de loop van de tijd, wordt ook door het model opgevangen. Voor elk stadium van de psychotische stoornis, is een passend modulepakket geformuleerd. Tijdens de fase ‘recent begin’ zijn er standaard modules die gericht zijn op medische begeleiding, het monitoren van de lichamelijke gezondheidstoestand en psycho-educatie. In de fase ‘stabilisatie’ zijn minder van deze standaard modules beschikbaar en verschuift de focus naar het maatschappelijk functioneren. Deze lijn wordt nog verder doorgezet in de fase ‘rehabilitatie’. In die fases zijn er meer facultatieve modules beschikbaar die gericht zijn op de problemen waar een patiënt in deze fase mee worstelt.
Vooruitblik naar invoering in de praktijk
GGZ Friesland rond het ontwerp van het zorgprogramma aan het eind van de zomer af en daarna start de invoering in de praktijk. Wunderink heeft er het volste vertrouwen in. ‘Het is een uitdagend en enthousiasmerend traject. Er is veel te winnen en mensen zitten hier op te wachten.’ Maar er zijn ook risico’s. ‘Een kritische succesfactor is de software ondersteuning, want je moet patiënten goed kunnen volgen door de zorgpaden. Daarnaast is een risico dat niet alle gewenste zorg direct beschikbaar is. Maar het is vooral positief dat we dat in beeld krijgen, zodat we aanpassingen kunnen plegen. We hopen dat we de zorg zo kunnen alloceren dat patiënten krijgen wat ze nodig hebben.’